Ro Mogendorff
RO MOGENDORFF   TEKENARES
 
Aat Veldhoen, schilder
Ro is een zeer belangrijk tekenares, één van de
begaafdste van het land en, vind ik, van Europa.
 
Simon Carmiggelt, schrijver
Een geweldig oeuvre, enorme geestkracht
en nimmer aflatende humor.
 
Kurt Löb, in zijn boek over tekenkunst
Tekenaars pur-sang als Ro Mogendorff worden in de
Westeuropese kunst thans zeldzaam.
 
Charles Wentinck, kunsthistoricus
Als iets mij hechtte aan Amsterdam, is het deze vrouw.
 
Marius van Beek, beeldhouwer
Een ongelooflijke doordringing van het leven.
 

 

Ro Mogendorff was een buitengewoon mens, een groot kunstenaar en bevriend met zeer veel kunstenaars van haar generatie. Uit de vele verhalen en anekdotes, bijvoorbeeld de Kronkels van Carmiggelt, komt ze naar voren als een klein fragiel vrouwtje met een zwakke gezondheid, dat prachtig tekende, een groot hart had, mooi van lelijkheid en recht voor zijn raap was en een onverwoestbare joodse humor had. Dat beeld is volstrekt  juist, maar Ro Mogendorff was meer dan dat. Ze was uiterst serieus in haar vak. Ze was muzikaal en verbaal zeer begaafd. En ze was Joods. Het jodendom en de jodenvervolging hadden een belangrijke plaats in haar leven.
   

Al tijdens haar studie wordt Ro Mogendorff onderscheiden wegens haar grote talent. Haar tekeningen worden op één lijn gesteld met die van Rembrandt en de klassieke chinese en japanse meesters. Met haar penseel en chinese inkt techniek is ze enig in de Europese tekenkunst. ► 

Ro Mogendorff verkeerde in de kunstenaarskring van J.F.S. Esser en Rein Harrenstein. Ze  was bevriend en correspondeerde met schilders, beeldhouwers, musici, schrijvers, acteurs, fotografen en dansers, onder anderen  Marius van Beek, Johan Bendien, Lood van Bennekom, Mop van Bruggen, Fred Carasso, Simon Carmiggelt, Paul Citroen, Albert van Dalsum, Raden Mas Djodjana, Piet en Dora Esser, Abel Hertzberg, Wim en Maria Hofker, Jo Juda, Boris Kowadlo, Jef Last, Bert Nienhuis, Charlotte van Pallandt, Theresia van der Pant, Paul Storm, Edgard Tytgat, ►  Coba Ritsema, Charles Roelofsz, Marjo Tal, Kees Verwey, Aat Veldhoen, Peter Vos, Charles Wentinck, Jobs Wertheim en Willem Witsen. Met portretten die kunstenaars van haar maakten, is een tentoonstelling te vullen.


Haar werk is honderddertig keer tentoongesteld in Nederland, Frankrijk, Engeland, Italië en Israël.
Tekeningen van Ro Mogendorff bevinden zich in de collecties van het Rijksmuseum, het Stedelijk Museum en het Joods Historisch Museum in Amsterdam, in het Haags Gemeentemuseum, het Museum Boijmans - van Beuningen in Rotterdam, het Leids Prentenkabinet, het Museum Van Bommel - van Dam in Venlo en het Henriette Polak Museum in Zutphen en daarnaast in zeer veel particuliere collecties.
Het nagelaten werk en het merendeel van de hier getoonde tekeningen bevindt zich in de collectie Erven Sjeng van Dalsum. In de loop van 2016 wordt een groot deel van de collectie en de nagelaten memorabilia overgedragen aan de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed te Amersfoort.
De aan het Joods Historisch destijds door Sjeng van Dalsum in bruikleen gegeven werken en memorabilia zijn inmiddels door de Erven Van Dalsum geschonken aan het Joods Historisch Kwartier.



Klikken op pijtjes geeft een vergroting, die bij klikken op de afbeelding weer verdwijnt.


terug


Biografie Ro Mogendorff

 

Jeugd, opleiding, reizen naar Frankrijk, eerste solotentoonstellingen, kunstenaarsverenigingen, krijttekeningen en olieverf.


21 juni 1907
De tweeling Rosa Catharina en Isadora Mogendorff wordt geboren in de Oosterparkstraat 83 Oost te Amsterdam. ►  De namen van de meisjes worden afgekort tot Ro en Do. De ouders, de huisarts Emanuel Mogendorff ►  en Aline Flesseman zijn liberaal Joods.
Ro wordt later door iedereen vertederend Rootje genoemd, omdat alles klein aan haar is. Ze heeft een lichaampje als een garnaal, ze draagt kleren in kindermaten , ze drinkt sherry uit vingerhoedglaasjes, enz. Maar zo vertederend was het allemaal niet. Haar hele leven, vanaf haar geboorte, werd  ze gekweld door lichamelijke ellende. Bijna elk jaar lag ze in het ziekenhuis. ►  Die zwakke constitutie drukte  een grote stempel op haar leven en carrière.


1919, 12 jaa
r
Geboorte van zusje Elisa Marianne (Liesje).

1920,13 jaar
Ro Mogendorff is muzikaal zeer begaafd (viool en piano) en wil violiste worden. Tot haar grote verdriet wijst haar vader dat af. Hij vindt dat beroep te zwaar voor haar zwakke gezondheid. In die tijd bezoekt ze het atelier van haar buurman de schilder Willem Witsen, van wie ze materiaal krijgt. (Het Willem Witsenhuis staat rechts van het huis van de Mogendorffs  ►  ►)
Ze blijft viool en piano spelen, maar kiest nu voor een tekenopleiding. Haar vader vindt dat ook te zwaar, maar Witsen haalt hem over. Ro Mogendorff ontmoet in haar jeugd ook, waarschijnlijk via Witsen, de schilder Breitner.


1921, 14 jaar
Eerste tekenlessen op de dagtekenschool in de Gabriël Metsustraat te Amsterdam. Haar tekenleraar is Jan Urie. ►  Ze krijgt ook een maand privéles van de schilder Martin Monnickendam.


1924 - 1929, 17 jaar
Les aan de Rijksacademie van Beeldende Kunsten te Amsterdam. Monumentale kunst van Prof. Roland Holst, ►  schilderles van Prof. J. Wolter, boetseren van Prof. J. Bronner, tekenles van Prof. Jurres en op de avondklas van lector S.Westerman. ►  Studeert tevens viool en piano.


1925, 18 jaar

Woont in de Vijzelstraat in Amsterdam. Maakt deel uit van de kunstkring rond het echtpaar Rein en An Harrenstein. ► 


1926, 19 jaar
Krijgt de Cohen Godschalkprijs voor een schilderij van een naakt. De jury bestaat uit Jan Sluijters. Sluit op de Academie intense vriendschappen met Polly (Pauline) Zwaal en Han van der Kop, die in 1931 de Prix de Rome wint.


1928,  21 jaar 
Een loge op de Academie en vier jaar Koninklijke Subsidie. Een loge was een eigen atelier in de Academie. Om voor een loge en subsidie in aanmerking te komen moest men behoorlijk getalenteerd zijn.


1929, 22 jaar
Verblijf in Parijs, waar ze wordt gefotografeerd door Lood van Bennekom. ► 
Serie zelfportretten, waarvan twee met olieverf. ►  ► 


1930, 23 jaar
Woont en werkt eerst in een atelier in de Kerkstraat 235 Amsterdam bij haar vriend, de beeldend kunstenaar en fotograaf, Paul Citroen ►  en de schilder Jacob Bendien, en daarna in de Utrechtsedwarsstraat. Schildert met olieverf en aquarel, tekent met potlood, houtkool, krijt en pastels. Maakt in opdracht kinderportretten.
Publicaties van werk in het maandblad  De werkende vrouw.
Verblijf  in Frankrijk. Maakt met Polly Zwaal in het kasteel La Grillière van de kunstverzamelaar en plastisch chirurg Johannes Esser een wandschildering, die ze zo slecht vindt, dat ze hem schandwildering noemt. Staaltje van de joodse humor en zelfspot waar Ro geroemd om werd. ► 

 

1932, 25 jaar
Heeft samen met Polly Zwaal een atelier in de Regulierdwarsstraat in Amsterdam. ► 
Schildert uithangborden voor winkeliers.
Begint met een serie portretten van de werkster Mien van Dam.


1933, 24 jaar
Woont en werkt in de Kerkstraat  235 IV in Amsterdam.
Verblijf in Dardennes bij Toulon bij de Comptesse von Leutrum, Zuid Frankrijk, met o.a. haar zuster Do en Raden Mas Djodjana, docent aan de toneelschool en leraar Indonesische dans van Do.
Serie Dardennes, olieverfschilderijen en tekeningen.
Portretten van Mien van Dam. ► 


1934, 27 jaar
Verblijf in Dardennes.
Serie penseeltekeningen van zus Liesje.
Eerste eenmans tentoonstelling in Kunstzaal van Lier. Verkoopt vier tekeningen. De onderwerpen zijn dezelfde als die van later, naast portretten (o.a. moeder Aline. ►  en jeugdvrienden Jo en Arnold Juda), naakten en landschappen, een boomwortel, een schelp, ►  en een stuk boomschors.


1935, 28 jaar
Serie portretten van Nico van Helsdingen.


1937, 30 jaar
Tweede eenmans tentoonstelling bij van Lier.

1937 - 1940 Jaarlijkse groepstentoonstellingen met schildersvereniging 'de Brug'.


1938, 31 jaar
Woont Plantage Parklaan 2 boven in Amsterdam, vlak bij Artis.


1939, 31 jaar
Serie penseeltekeningen , o.a. portretten van ouders ►  en zuster Lies. ► 

 

MOEILIJKE TIJDEN: WO-II, onderduik en sterfgevallen.

 

1940 - 1941, 33 - 34 jaar
Serie Artis-tekeningen, o.a. eenden, leeuwen en jachtluipaarden.


1942, 35 jaar
Onderduik in de Noorderstraat 58 in Amsterdam, dat tot 1947 haar officiële adres zal blijven. In deze periode van vijf jaar schrijft ze sombere, existentiële gedichten.
Bezetting: het verhaal gaat dat ze aan de Duitsers ontkomt door in een Amsterdamse gracht te springen. Heeft een persoonsbewijs op naam van Rein van Zanten, schilderes. ►   Tijdelijke onderduik bij de acteur Paul Storm, Heerengracht Amsterdam. Volgens Storm kneep ze hem erg vanwege haar Joodse neus.

Serie Portretten van Paul Storm. ► 


Via de Amsterdamse advocaat en verzetsman Theo Eskens duiken vader Emanuel en moeder Aline onder bij Jettie van Leesten en haar twee kinderen bijgenaamd Boebie en Intie, Prins Mauritsstraat 22 in Haarlem.


1943 - 1944, 36 - 37 jaar
Schildert het uitzicht van haar onderduikadres in de Noorderstraat, een binnenplaatsje met konijnenhokken, en twee stillevens met fruit, mogelijk de laatst bekende olieverfschilderijen. ► 

Vader Emanuel Mogendorff overlijdt in Haarlem. Ro maakt een serie tekeningen van hem op zijn sterfbed. ► 
Ro komt bij haar moeder in Haarlem wonen, want Aline is aan het dementeren is en heeft toezicht nodig. De situatie in Haarlem wordt onhoudbaar, als Aline begint te zwerven en door haar gedrag zichzelf en de medebewoners in gevaar brengt. Aline, Ro en Boebi van Leesten duiken vervolgens onder bij mevrouw Smulders, bijgenaamd Peu, in de Sarphatistraat in Amsterdam.

Ro's zuster Lies, inmiddels advocaat, komt geweldadig om het leven, 24 jaar oud. ► 

Serie portretten van Edo Snel en de Althoff kinderen.       


1945, 38 jaar
Onder een foto van Rosa, de grootmoeder van Ro en Do, schrijft Do: 18 x bevallen. 14 kinderen in leven. In 1940 waren er 11 over, in '45 twee.

Na de bevrijding gaat Ro terug naar de Noorderstraat in Amsterdam. Ze is er lichamelijk en geestelijk slecht aan toe. Waar haar moeder dan verblijft is niet bekend; mogelijk is ze al opgenomen in het Psychiatrisch Ziekenhuis Meer en Bosch in Santpoort.

Op medische indicatie en toestemming van het Militair Gezag in Limburg, mogelijk op voorspraak van Albert en Do van Dalsum die in Limburg met hun zoon ondergedoken zaten, reist Ro naar Maastricht en Houthem-St. Gerlach in Limburg, om daar op te knappen. Men zorgt daar voor een medische behandeling en voedsel. Mogelijk maakt ze hier haar laatste olieverfschilderijen. Ze stopt omstreeks deze tijd met schilderen, omdat haar dat te zwaar wordt en werken met kleur haar fort niet is.  
Het enige gedateerde werk mij bekend zijn twee tekeningen van een vrouw in een rode ochtendjas.


1946 - 1948,  30 - 41 jaar
Mij is slechts een enkel gedateerd werk uit deze jaren bekend.
Verblijf in Groet Noord-Holland, waarschijnlijk met Albert en Do van Dalsum.

Verhuist naar de Zomerdijkstraat 30 III, het bekende complex atelierwoningen in Amsterdam Zuid, waar ze bevriend raakt met andere kunstenaars die daar wonen o.a. Fred Carasso, Piet Esser, Charlotte van Pallandt, Marius van Beek, Wim en Maria Hofker, Hens van der Spoel en met Max Knoek, die haar werk gaat verzamelen. 

 

BLOEITIJD: portretten van geesteszieken, Zomerdijkstraat, Prix de la Critique, penseel en chinese inkttekeningen


1949, 42 jaar
Serie Artis-tekeningen, o.a. zwanen, nijlpaarden en leeuwen. ►  Aan deze tekeningen is te zien dat ze op volle sterkte terug is en in de bloeitijd van haar meesterschap is aangekomen.


1950, 43 jaar
Is in 1950-'52 vaak bij haar dementerende moeder in het Psychiatrisch Ziekenhuis Meer en Bosch in Santpoort. Maakt daar twee fameuze series portretten van moeder Aline en van geesteszieken. ►    ► 
Serie inkt- en penseel tekeningen van vrouwelijke naakten.
Serie van jeugdvriendin Sally Lohr op haar sterfbed.


1950 - 1956
Jaarlijkse groepstentoonstellingen met de vrouwenvereniging  De Zeester en de Nederlandse Kring van Tekenaars.


1952, 45 jaar
Moeder Aline overlijdt in het psychiatrisch ziekenhuis in Santpoort. ►    ► 
Verblijf in Frankrijk: Parijs en Noyen-sur-Seine.
Tentoonstelling in de Amersfoortse Academie, de eerste eenmans tentoonstelling na de twee bij van Lier in 1934 en 1937.
Serie penseeltekeningen van naakten. ► 


1953, 46 jaar
Tekent met vriendin Helga Schussheim ►  in Ouderkerk en Monnickendam.      
Serie Monnickendam ►  en Ouderkerk.
Serie van vatenfabriek van Leer.


1953 - 1954
Tekent met vriendinnen Sjoukje de Ruiter en Rite Gompertz in Hierden (bij Harderwijk). ► 
Serie Hierden oa hooibergen ►  en kippen.
Serie Vreeland, o.a. varkens. ► 
Serie portretten van Nico van Helsdingen.
Verkoop aan het collectioneurs echtpaar Bommel en van Dam.

1954, 47 jaar
Serie penseeltekeningen van naakten.
Tekent in Zandvoort.
Verblijf in Haamstede (de Verklikker), Schouwen-Duiveland, Zeeland.
Serie Haamstede, o.a. duinlandschappen. ► 


1955, 48 jaar
Serie Haamstede.
Serie Spakenburg. ► 
Serie portretten Max Knoek, een verzamelaar van Ro's werk. ► 


1956, 49 jaar
Verblijf in Heelsum, Gelderland. Tekent boer Henrick ►  en de fameuze series Korenschoven, ►  Varkens en Wodansbeuken.


1957, 50 jaar
Ro wordt samen met de beeldhouwster Charlotte van Pallandt als eerste in Nederland onderscheiden met de 'Prix de la Critique'. N.a.v. van deze prijs een overzichtstentoonstelling bij kunsthandel de Boer in Amsterdam. ► 
Groepstentoonstelling Biennale in Venetië.
Serie penseeltekeningen van naakten.
Serie portretten van Sjeng van Dalsum.
Serie diverse portretten.


1958, 51 jaar
Serie naakten.
Serie Wodanseiken.
Publiceert een artikel over de beeldhouwer Lipchitz.
Eenmans tentoonstellingen in Amersfoort, Eindhoven en Tilburg. ► 


1959, 52 jaar
Ere-tentoonstelling in de Rijksacademie van Beeldende Kunsten Amsterdam n.a.v. de Prix de la Critique.
Verblijf in Marum, Groningen, bij vriendin Rite Sterenberg - Gompertz.
Serie portretten van de beeldhouwer Johan Sterenberg.
Serie portretten van de heer N. Martens uit Marum. ► 


1959, 52 jaar
Serie Wrakhout. ► 


1960, 53 jaar
Reis naar Bretagne, haar laatste Europese reis, met Do en Albert van Dalsum, en de schilder Kees Verwey en diens vrouw Jeanne.
Serie Bretonse vissers en andere onderwerpen. ► 
Radio-uitzending Openbaar Kunstbezit over het werk van Ro, door Hans van Waal, professor kunstgeschiedenis universiteit Leiden.

 

ISRAËL: zeer produktieve, malaise en overlijden.


1961 - 1962,  54 jaar
Eerste reis naar Israël. Israël was het enige land waar ze echt graag naar toe wilde. Van de 6 maanden in Israël, was ze 3 maanden ziek. Desondanks tekent ze heel het leven dat aan haar voorbij trekt op straat en markten en is ze als Jodin onder de Joden intens gelukkig.
Serie mensen op straat en markten in Israël. ► 
Serie Poerim.


1964, 57 jaar
Expositie in het Gemeentemuseum Arnhem, geopend door haar vriend en buurman de beeldhouwer Piet Esser. ► 
In de Domino-reeks verschijnt deel 9 over Ro’s werk. ► 


1965, 58 jaar
Begin van een aantal buitengewoon productieve jaren met werk van zeer grote kwaliteit,
Serie WC rollen (omdat Ro vaak ziek was, had ze nogal eens met die rollen te maken). ►    ► 
Serie Wrakhout. ► 
Serie Klompen.
Serie Uitgelopen aardappelen.
Serie Bizons.
Serie landschapstekeningen ►  en portretten van een boer ►  in Eenigenburg, Noord-Holland, bij Albert en Do van Dalsum.


1966, 59 jaar
Expositie in het Gemeentemuseum Arnhem, geopend door haar vriend en buurman de beeldhouwer Piet Esser. ► 
Serie penseeltekeningen van vrouwelijke naakten.
Serie portretten.
Serie Door bliksem getroffen boom.
Serie Papieren zakken.
Serie Kranten.
► 


1966 - 1967,  59 jaar
Tweede reis naar Israël, die zij moet afbreken in verband met de 6-daagse oorlog. Kort voor haar vertrek wordt een tentoonstelling van haar werk geopend in het Museum voor Moderne Kunst van Haifa. Ro wilde in Israël blijven wonen, maar werd door mijn ouders, die zeer bezorgd waren, teruggehaald. ► 

1967, 60 jaar
Terug in Nederland kan ze niet goed meer aarden. Werkt op haar atelier Israël-schetsen uit.
N.a.v. haar 60ste verjaardag krijgt zij voor haar hele oeuvre een eregeld van rijkswege. Ze wordt benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau.


1968,  61 jaar

Voelt zich eenzaam en depressief en is ziek.

1969,  62 jaar

Verzwakt door algehele malaise verhuist ze naar het Rosa Spier-huis te Laren, waar ze 27 oktober overlijdt. Toen Ro Mogendorff in het Rosa Spier-huis overleed, was ze totaal op. Jarenlang was ze overeind gehouden met Prednison. Ze werd begraven op de joodse begraafplaats in Muiden, waar ook haar ouders zijn begraven. ►    ► 


terug


Belangrijkste literatuur


Ro Mogendorff, 'Evenmin als van mijn werk, valt er over mijzelf iets spectaculairs te zeggen'
, Karel Kindermans 1997, uitg. van Spijk Venlo/Antwerpen,  ISBN 90 6216 210 X
Met reproducties en een complete (t/m 1997) lijst van tentoonstellingen en literatuur.


Tekeningen Ro Mogendorff overzichtstentoonstelling
, Rijksakademie van Beeldende Kunsten, Amsterdam 1970.
Catalogus van de overzichtstentoonstelling van Ro Mogendorff in de Rijksakademie van Beeldende Kunsten1970 met veel afbeeldingen, een korte biografie, een brief, een interview en een voorwoord van NicoVroom. ► 


Ro Mogendorff, Krijt en penseeltekeningen
, uitg.1966 Gemeentemuseum Arnhem.
Met een voorwoord van Theresia van der Pant en afbeeldingen.


Prix de la Critique, Ro Mogendorff  Charlotte van Pallandt 1957/1958
, uitg. Akademie.
Catalogus met afbeeldingen en een voorwoord van Nico Vroom van de tentoonstelling bij kunsthandel de Boer in Amsterdam ter gelegenheid van de Prix de la Critique.

Ro Mogendorff, twee en veertig tekeningen, met een nawoord van Charles Wentinck
, deel 9 van de Domino reeks, uitg. G.A. van Oorschot  Amsterdam.
Met afbeeldingen van tekeningen die Ro Mogendorff  beschouwde als haar beste.

Internet

Joods Historisch Museum foto's, tekeningen en brieven.


terug

 

Vorige pagina  
© Design Sjeng van Dalsum - info@romogendorff.nl - All rights reserved - Web FWD